Jeugdwet

De Jeugdwet is in werking getreden op 1 januari 2015. De wet is op 17 oktober 2013 aangenomen door de Tweede Kamer en op 18 februari 2014 door de Eerste Kamer.

Op grond van de Jeugdwet:

  • Worden gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdhulp: ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen en stoornissen. Ook worden gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, en de advisering en verwerking van meldingen inzake huiselijk geweld en kindermishandeling.
  • Verzorgen gemeenten per 1 januari 2015 de vrijwillige en gedwongen jeugdzorg die nu onder verantwoordelijkheid vallen van de provincie, de jeugd-GGZ vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de AWBZ, en de zorg voor jongeren in verband met een verstandelijke beperking (VB) en de begeleiding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf op basis van de AWBZ.
  • Gaan gemeenten concreet de volgende taken uitvoeren:
    • de gemeentelijke toegang organiseren op een laagdrempelige en herkenbare manier, bijvoorbeeld via een sociaal wijkteam of een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG);
    • de juiste deskundigheid voor toegang beschikbaar stellen, zodat triage plaatsvindt door hiervoor toegeruste professionals – dit ter vervanging van de bestaande indicatiestelling;
    • rechtstreeks toegang bieden tot jeugdhulp na verwijzing door een huisarts, jeugdarts of medisch specialist;
    • een voldoende aanbod hebben aan gecertificeerde instellingen en de jeugdhulp inzetten die een gecertificeerde instelling – of andere uitvoerders van de jeugdreclassering – nodig achten;
    • een consultatiefunctie bieden voor professionals;
    • specialistische hulp inschakelen en melden aan de Raad voor de Kinderbescherming indien de veiligheid van het kind in het geding is;
    • 24/7 beschikbaar en bereikbaar zijn en bij crisissituaties direct de juiste jeugdhulp inschakelen.
    • hebben gemeenten hiervoor een jeugdhulpplicht, die waarborgt dat jeugdigen de hulp ontvangen die zij nodig hebben. Als bijvoorbeeld (specialistische) jeugd-GGZ nodig is, moet deze geboden worden.
    • houden jeugdigen bij wie al voor het 18e levensjaar duidelijk is dat zij op grond van ernstige beperkingen of stoornissen hun verdere leven 24-uurs zorg of permanent toezicht nodig hebben, aanspraak op de Wet langdurige zorg (Wlz).
    • is per jaar een bedrag voor jeugdhulp beschikbaar van zo’n € 3,9 miljard. Hiernaast ontvangen gemeenten jaarlijks een bedrag van € 400 miljoen via de Decentralisatie-uitkering Centra voor Jeugd en Gezin.